© 2015 P&P

wp9abbcc55.png
wp9109b397.png
Boekhandels

Mensenoffers: nieuwe feiten

In hun boek ' The creation of inequality' (Londen 2012) geven Kent Flannery & Joyce Marcus verschillende voorbeelden van mensenoffers die mij onbekend waren. Een overzicht,

Zuidwest-Azië

Sumerië

Juist buiten het graf van de koningin Pu-abi, rond 2500 VOT, was een geassocieerde kamer van meer dan 500 vierkant voet, door Woolley omschreven als de ‘Grote Dodenput’. Daarin lagen de overblijfselen van 74 mensenoffers. Al de dieren, drijvers en dienaars waren ter plaatse geofferd. Wat intrigerend is aan de koninklijke graven van Ur is dat ze ons een niveau van menselijk offer tonen dat zo groot is als de Mochegraven van Peru of de begrafenissen van de Coclé chefs van Panama. Dergelijk gedrag wordt als atypisch beschouwd voor de Sumeriërs aangezien ze het niet verder zetten in latere periodes.

Amerika

Centraal Peru, 4500 - 3800 BP

Aspero is een site in de Supevallei (rivier), bij de oceaan. Het maakte deel uit van het Late Archaic, (4500 – 3800 BP). Op een aardverhoging stond een gebouw met meerdere kamers en een binnenhof. Er waren twee mensenoffers begraven. Eén was een volwassene, een ander een kind dat in katoentextiel was gewikkeld en in een mand geplaatst. Het droeg een kap bezet met 500 kralen gemaakt van schelp, klei of plantaardig materiaal. De mand was bedekt met een stenen bassin op vier voeten. Het kind was mogelijk lid van een belangrijke familie.

Op de Caralsite, 13 mijlen van de kust op de linkse bank van de rivier Supe, was een volwassen man in de vulling van een aarden piramide begraven. Zijn handen waren achter zijn rug gebonden.

Oaxaca Mexico, 590 VOT

Iedereen die de tempel van San José Mogote binnen ging moest door een smalle gang en over een steen lopen waarin een naakte man gegraveerd was. Hij lag op een eigenaardige manier op zijn rug, met zijn mond open en zijn ogen gesloten. Een complex motief toonde waar zijn borst was geopend om het hart te verwijderen. Hij was  geofferd. Een stroom bloed liep als een lint door dit motief naar om te eindigen in twee gestyliseerde druppels bloed. Tussen de voeten van het slachtoffer stond zijn naam in Zapotec-hiëroglief. Het feit dat zijn naam werd aangebracht op het monument duidt er o dat hij een vijand was van enig belang, waarschijnlijk een lid van een rivaliserende familie chefs.

de Zapotec, Mexico, 600 VOT

De staat van de Zapotec ontstond rond 600 VOT in de vallei van de Oaxaca in Mexico. De hoofdstad was Monte Albán. Op stenen platen die de eenmaking van verschillende stammen weergaf waren gedode vijanden afgebeeld maar niet zo talrijk of wreed als deze in Cerro Sechín in Peru. De grootste van deze platen toonde spartelende lichamen, waarvan bij sommige het hart was uitgesneden, andere hadden genitale mutilaties. Een aantal kleinere stenen platen toonden afgehakte hoofden. Verschillende monumenten lijken de hiëroglyfische namen van belangrijke slachtoffers te vermelden.

Panama, 500-900 OT

In Sitio Conte in Panama was de begrafenis van een chef tussen 1100 en 1500 jaar geleden een hoogdag. Er werden 60 graven gevonden met elegante gouden voorwerpen, polychrome potten en menselijke offers. Graf 26 bijvoorbeeld lijkt de begrafenis te zijn geweest van een chef met 21 geofferde ondergeschikten. Deze waren op de bodem van het graf gelegd in volledig gestrekte houding. Bij sommige van de geofferden waren gouden voorwerpen meegegeven, wat suggereert dat ze tamelijk belangrijke individuen waren.

De Spanjaard Fernandez de Oviedo werd in de 16de eeuw verteld dat bij de begrafenis van een Panamese chef tot 40 of 50 van zijn vrouwen, vele vrijwillig, en dienaars mee begraven konden worden. De dode vrouwen waren op een bank naast het lijk gezet. Zij waren zeer fijn uitgedost en versierd met goud. Soms was hen een kruidendrank gegeven die verlies van bewustzijn meebracht.

Azteken, 14de eeuw

De stam van de Mexica (voorlopers van de Azteken) waren aan het begin van de 14de eeuw vazallen van de vorst van Culhuacan, Ze vroegen hem om zijn dochter uit te huwelijken aan één van hun goden, wat werd toegestaan. Voor de Mexica was dit een soort erkenning. Zij waren toen relatief recent uit het noorden aangekomen en hadden geen hoge status.

Toen maakten de Mexica maakte een ongelooflijke fout. Ze besloten de prinses te eren door haar te offeren, te villen en een priester in haar huid te laten dansen. De heerser van Culhuacan werd uitgenodigd op de dans, herkende zijn dochter en was uiteraard diep geschokt. De Mexica werden aangevallen en gedwongen te vluchten naar een paar moerasachtige eilanden in het centrale meer. Ze noemden die plaats Tenochtitlan. Het zou de hoofdstad van de Azteken, hun latere naam, worden.

Chan Chan, Peru

Chan Chan was de hoofdstad van het koninkrijk Chimor in de Andes. Op zijn hoogtepunt was de stad 2,3 vierkante mijl groot en telde 60.000 inwoners. Men bracht er mensenoffers bij de dood van een vorst. De koninklijke begrafeniskamer was omringd door ondergrondse cellen voor familieleden, geofferde mensen, llamas en offergaven.

Inca, Peru

En net als bij de Natchez en de antieke Panamezen, gingen veel van de favoriete vrouwen en dienaars van de Inca akkoord om te worden verdoofd en gewurgd zodat ze hun vorst in het hiernamaals konden vergezellen.

Caucavallei, Colombia, 16de eeuw

De Caucavallei, in het westen van Colombia, is 300 mijl lang en 35 mijl breed. De Caucarivier loopt er door voor hij uitmondt in de Caraïbische Zee.

Er waren minstens 80 rangmaatschappijen voor de aankomst van de Europeanen. De onderlinge verschillen waren groot. De grootste groepen telden tussen 48.000 en 60.000 mensen. De oudste documenten die deze groepen beschrijven werden gemaakt rond 1535. De bevolking van de Caucavallei werd rond dat tijdstip geschat tussen 500.000 en 750.000 mensen. Tussen de verschillende groepen werd regelmatig gevochten. Men voerde raids uit op vijandige dorpen met als doel slaven te maken. Sommige slaven werden gebruikt in goudmijnen. Andere slaven werden, samen met dienaars van de chef, geofferd bij de begrafenis van een chef. In veel gevechten werden mannen, vrouwen en kinderen vermoord. Kannibalisme was zo gewoon dat mensenvlees verhandeld werd.

Oceanië

Tonga

Op het eiland Tonga was de vorst vermoord. Enkel zijn bovenlichaam bleef over. Een kleinere chef, Lufe, stelde voor om zichzelf op te offeren, gedood te worden, zodat zijn onderlichaam bij het bovenlichaam van de grote chef kon gevoegd worden. Zijn verwanten namen hem op zijn woord en zijn wens werd uitgevoerd.

Op Tonga werd de begrafenisondernemer normaal voor zijn werk betaald. Bij één van de vorsten had de begrafenisondernemer de eer gekregen om samen met zijn chef begraven te worden, m.a.w. hij was als menselijk offer geëindigd.

Hawaï

Op Hawaï was er vaak strijd binnen de vorstelijke families om de macht. Het gebeurde dat diegene die de macht veroverde daarna enkele halfbroers offerde.

Er was zelfs een tempel herbouwd als een kuakini of oorlogstempel, gewijd aan menselijke offers (niet noodzakelijk voor halfbroers van de vorst).

Afrika

de Ashanti of Asante

Het Ashantikoninkrijk bestond tussen 1701 en 1957. Het ging op in het moderne Ghana.

Als een Ashantikoning stierf werden veel mensen geofferd om hem te dienen in het hiernamaals. Sommige werden onthoofd door een abrafo, de beul. Veel slaven, meestal krijsgevangenen, werden levend gehouden tot ze nodig waren als mensenoffer in een groot ritueel. Andere slaven werden in goudmijnen gebruikt. Een gevaarlijke activiteit waar dood door ineenstortingen altijd mogelijk was.

De Odwiraceremonie die elk jaar werd gehouden voor overleden Ashantikoningen die voorouders waren geworden, hield, in de pre-koloniale vorm, het mensenoffer van 12 mannen in, meestal veroordeelde criminelen die in leven waren gehouden voor de ceremonie. Dit duurde tot de Britse regering mensenoffers zou verbieden.

De Bemba, Zambia, in 1933

bij zijn dood werd de Bembachef behandeld op een manier die ons doet denken aan de hiervoor vermelde begrafenissen in Panama en Colombia. Zijn lichaam werd gedurende voor een jaar gedroogd en dan begraven in een heilig bos met de lichamen van geofferde slachtoffers.

 

Caucavallei, Colombia, 16de eeuw

De Caucavallei, in het westen van Colombia, is 300 mijl lang en 35 mijl breed. De Caucarivier loopt er door voor hij uitmondt in de Caraïbische Zee.

Er waren minstens 80 rangmaatschappijen voor de aankomst van de Europeanen. De onderlinge verschillen waren groot. De grootste groepen telden tussen 48.000 en 60.000 mensen. De oudste documenten die deze groepen beschrijven werden gemaakt rond 1535. De bevolking van de Caucavallei werd rond dat tijdstip geschat tussen 500.000 en 750.000 mensen. Tussen de verschillende groepen werd regelmatig gevochten. Men voerde raids uit op vijandige dorpen met als doel slaven te maken. Sommige slaven werden gebruikt in goudmijnen. Andere slaven werden, samen met dienaars van de chef, geofferd bij de begrafenis van een chef. In veel gevechten werden mannen, vrouwen en kinderen vermoord. Kannibalisme was zo gewoon dat mensenvlees verhandeld werd.

 

 

Reconstructie van hoe de hoed  van koningin Pu-abi  
er kan uitgezien hebben. Ze droeg hem in haar graf .
Heel haar bovenlichaam was bedekt met juwelen.
Een complex motief toonde waar zijn borst was
geopend om het hart te verwijderen. Hij was  geofferd.
Een stroom bloed liep als een lint door dit motief naar
om te eindigen in twee gestyliseerde druppels bloed.
Tussen de voeten van het slachtoffer stond zijn naam
in Zapotec-hiëroglief.
Een fantastisch boek dat meerdere wortels van ongelijkheid
tussen mensen zoekt vanaf jagers en verzamelaars,
boeren zonder staat  en het begin van staten tot
de eerste antieke staten. Grensverleggend in meerdere
opzichten.